Spraak
Afwijkende mondgewoonten
Wat zijn afwijkende mondgewoonten?
Onder afwijkende mondgewoonten worden die gewoonten verstaan die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, het spreken en het gehoor. Open mondgedrag, afwijkend slikken en duimzuigen zijn afwijkende mondgewoonten.
De meeste mensen ademen door hun neus, tenzij de neusdoorgang onvoldoende is. Er zijn verschillende factoren die de neusdoorgang kunnen vernauwen. Verkoudheid en allergieën spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt dan tijdelijk meer door de mond geademd. Als dit mondademen blijft bestaan terwijl de neus weer doorgankelijk is, wordt de neus nauwelijks meer gebruikt en kunnen de mondspieren verslappen. Dit heeft verschillende gevolgen.
Bij mondademen droogt de mond uit. Daardoor hoeft er veel minder geslikt te worden. Dit heeft tot gevolg dat de buis van Eustachius, die de neusholte met het oor verbindt, te weinig wordt geventileerd. De kans op oorontstekingen neemt hierdoor toe.
Een ander gevolg van mondademen is dat de tong laag onder in de mond ligt. De tong wordt dan tussen de tanden geduwd bij het slikken. Doordat de tong tijdens dit afwijkend slikken telkens tegen de tanden drukt, kunnen de tanden scheef gaan staan.
De tong kan niet alleen bij het slikken, maar ook bij het spreken tussen de tanden komen. Slissen is dan het gevolg; het spreken wordt er onduidelijk van. Overigens komt afwijkend slikken ook voor als er gewoon door de neus geademd wordt.
Een andere afwijkende mondgewoonte is het duimzuigen. Het zuigen op een duim, vinger of speen is normaal bij een baby en peuter, omdat zij nog een grote zuigbehoefte hebben of omdat het veiligheid biedt. Daarna wordt het een gewoonte. De tanden kunnen hierdoor scheef groeien. Kijk ook eens op www.fossperferens.nl.
Wat doet de logopedist?
De logopedist kan adviseren of en wanneer behandeling nodig is en welke therapie het meest effectief is.
Mondademen moet bij kinderen zo vroeg mogelijk worden gestopt, omdat dit terugkerende verkoudheden en oorontstekingen kan voorkomen. De behandeling zal vooral gericht zijn op lipsluiting. Er worden oefeningen gegeven die de spieren van de tong en lippen versterken; andere oefeningen bevorderen het ademen door de neus.
Het afwijkend slikken wordt soms pas na de wisseling van de voortanden aangepakt. Soms is het wenselijk het duimzuigen vóór de wisseling van de voortanden af te wennen, omdat dit een nadelige invloed heeft op de gebitsontwikkeling.
Het onderzoek en de behandeling van afwijkende mondgewoonten worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
A.L.S.
Wat is A.L.S.?
Amyotrofische Lateraal Sclerose (A.L.S.) is een aandoening waarbij de zenuwcellen en zenuwbanen aangetast worden. Daardoor kunnen de spieren niet meer gevoed en in werking gesteld worden en het gevolg is (ernstige) spierzwakte. De ziekte kent een progressief verloop en is niet te genezen. A.L.S. komt meer bij mannen dan bij vrouwen voor.
A.L.S. kan zich in drie vormen openbaren, die alle of niet tegelijk kunnen voorkomen. Men spreekt van het armtype, waarbij de eerste symptomen spierzwakte zich laten zien in een hand. Hierdoor worden fijne vingerbewegingen als schrijven of het dichtmaken van knoopjes onmogelijk. Bij het beentype begint de spierzwakte in een been, waardoor onder andere traplopen bemoeilijkt wordt.
Bij het derde type, het zogenaamde bulbaire type, zijn vooral de spieren van de tong en keel betrokken. Dit leidt tot problemen met spreken (slappe tong, zwakke stem), moeite met slikken en kauwen en tenslotte tot ademhalingsstoornissen. De volgorde waarin de ziekte zich openbaart kan verschillen, maar uiteindelijk zullen bij alle typen vrijwel alle spieren aangetast worden.
A.L.S. tast het verstand niet aan en ook het horen, zien, voelen, proeven en ruiken blijven doorgaans intact. Hoe de ziekte ontstaat is nog niet bekend; er wordt veel onderzoek gedaan naar de oorzaak en mogelijke geneeswijze van A.L.S. Voor meer informatie over A.L.S. kunt u terecht op www.vsn.nl.
Wat doet de logopedist?
Via de huisarts of medisch specialist, bijvoorbeeld neuroloog, wordt een patiënt naar een logopedist verwezen. De logopedist zal onderzoek doen naar de problemen met betrekking tot het spreken, kauwen, slikken en ademhalen en de beperkingen die het oplevert. Er wordt onder andere gekeken naar het functioneren van de spieren in het hoofd/halsgebied en de verstaanbaarheid wordt beoordeeld.
De behandeling zal onder andere gericht zijn op de communicatie, om deze zo goed mogelijk te waarborgen gedurende het ziekteproces. Hierbij kunnen oefeningen gegeven worden die er op gericht zijn om de verstaanbaarheid op het gebied van stem en spraak zo goed mogelijk te gebruiken. De patiënt en zijn directe omgeving krijgen adviezen en worden begeleid, ook wanneer een hulpmiddel ter ondersteuning van de communicatie nodig is.
Bij slik- en kauwproblemen zal de logopedist proberen om de gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. Hetzelfde geldt voor ademproblemen.
Het onderzoek en de behandeling bij A.L.S. worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
Dysartie
Wat is dysartrie?
Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel. Hierdoor werken spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stemgeving en de uitspraak onvoldoende.
Oorzaken van dysartrie zijn bijvoorbeeld een beroerte (CVA), een hersentumor, een ongeval, een spierziekte (zoals multiple sclerose), ALS of een neurologische aandoening zoals de ziekte van Parkinson. Deze aandoeningen zullen voornamelijk bij oudere mensen optreden, maar ook bij jongeren kan een dysartrie ontstaan.
De belangrijkste bij mensen met dysartrie is gestoord, omdat ze moeilijker te verstaan zijn. Dit kan komen door een onduidelijke uitspraak, een te zachte en/of hese stem, een eentonig of nasaal (door de neus) spreken of een combinatie hiervan. Bij dysartrie ten gevolge van een CVA is er vaak sprake van een verlamming aan één kant van het aangezicht, waardoor de mimiek verandert. Tevens kan hierdoor speekselverlies optreden. Er kunnen slikproblemen optreden, die bijvoorbeeld bij verslikken.
Wat doet de logopedist?
Via de huisarts, neuroloog of revalidatiearts wordt een patiënt naar een logopedist verwezen. De logopedist zal onderzoek doen naar het gevoel en het functioneren van de spieren in het gezicht. Ook wordt de stem en de verstaanbaarheid beoordeeld.
De behandeling zal er op gericht zijn de verstaanbaarheid te verbeteren. De patiënt wordt geleerd optimaal gebruik te maken van zijn mogelijkheden. In het algemeen wordt veel aandacht besteed aan de juiste, symmetrische lichaamshouding, aandacht besteed aan de mondmotoriek (zowel van belang bij het eten en drinken als bij het spreken), de uitspraak, de ademing en de stemgeving. Er worden adviezen gegeven aan de patiënt en zijn directe omgeving.
De resultaten van de behandeling zijn mede afhankelijk van de ernst en de aard van de ziekte of aandoening.
Als blijkt dat de patiënt ook met logopedische behandeling niet tot verstaanbaar spreken komt, zal de logopedist met de patiënt een geschikt communicatiemiddel zoeken. Dit kan een gebaren- of tekensysteem zijn of een elektronisch communicatiehulpmiddel.
Als de logopedische behandeling plaatsvindt in een instelling, is deze bij de bedrijfs- of het dagbehandelingstraject inbegrepen. Patiënten die thuis zijn kunnen door een vrijgevestigd logopedist behandeld worden.
Het onderzoek en de behandeling van dysartrie worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits verwezen door huisarts of medisch specialist.
Nasaliteitsstoornissen
Wat is een nasaliteitsstoornis?
Men spreekt van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (de klank) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus.
Tijdens het spreken moeten de meeste klanken door de mond worden gevormd. Het zachte gehemelte wordt hierbij opgetrokken. Hierdoor wordt de mondholte van de achterzijde afgesloten, zodat er geen lucht door de neus kan ontsnappen. Slechts bij drie spraakklanken, de /m/, /n/ en /ng/, is er geen afsluiting nodig, zodat deze klanken door de neus klinken.
Door de werking van het zachte gehemelte kan dus een onderscheid gemaakt worden tussen klanken die door de mond gevormd worden en klanken die door de neus gevormd worden.
Nasaliteitsstoornissen zijn in drie soorten te onderscheiden. Allereerst is er de open neusspraak. Deze is het meest storend voor de verstaanbaarheid. Tijdens het spreken ontsnapt teveel lucht via de neus bij de klanken die door de mond gevormd worden. De oorzaak van open neusspraak kan een aangeboren lip-, kaak- en/of gehemeltespleet zijn (zoals hazenlip), maar ook andere oorzaken zijn mogelijk, zoals een aangeboren te kort gehemelte, verlamming van de spieren van het zachte gehemelte (na een hersenbloeding bijvoorbeeld) of verminderde spierkracht in het gehemelte (zoals bij multiple sclerose en de ziekte van Parkinson). Soms is gewoontenummering de oorzaak van gesloten nasaliteit, zoals kan gebeuren na verwijdering van de neusamandelen.
Vervolgens is er de gesloten neusspraak: de spraak klinkt verstopt. De oorzaak kan een scheef neustussenschot zijn, maar ook kunnen één of meer neuspoliepen, een vergrote neusamandel of gezwollen neusslijmvlies voor te weinig resonantie door de neus zorgen. Tenslotte kan er een combinatie van beide vormen voorkomen: de gemengde neusspraak. De KNO-arts stelt de diagnose.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de mate van de nasaliteitsstoornis en de invloed daarvan op de verstaanbaarheid. Het uiteindelijke doel van de behandeling is afhankelijk van de oorzaak. In sommige gevallen moet eerst medisch of chirurgisch ingegrepen worden, voordat de logopedische behandeling kan beginnen. Ook het resultaat van de logopedische behandeling is hiervan afhankelijk.
Bij open neusspraak zal de behandeling bestaan uit oefeningen om de gehemeltespieren te activeren en een energieke uitspraak aan te leren. Bij gesloten neusspraak zal het accent liggen op het beter leren gebruiken van de neusweg.
De behandeling van de gemengde neusspraak bestaat uit een combinatie. In alle gevallen wordt op een systematische manier het spraakgedrag veranderd.
Het onderzoek en de behandeling van afwijkende nasaliteit worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
Ziekte van Parkinson
Wat is de ziekte van Parkinson?
De ziekte van Parkinson is een neurologische aandoening waarbij bewegingsstoornissen optreden. De meest opvallende verschijnselen zijn beven (tremor), spierstijfheid en bewegingstraagheid. De ziekte kent een progressief verloop en is niet te genezen.
Naast de bewegingsstoornissen in een of beide lichaamshelften kan ook het spreken aangedaan zijn. Zo doen zich problemen voor in de coördinatie van de adem. De stem wordt zachter. Door stijve gelaatsspieren verslechtert de uitspraak en wordt de mimiek minder duidelijk. Het spreken klinkt vaak monotoon en vlak. Ook is het moeilijk om steeds in hetzelfde tempo te blijven spreken; het tempo wordt steeds hoger en daardoor vermindert de verstaanbaarheid. De verstaanbaarheid is bovendien erg wisselend. Dit leidt tot problemen in de communicatie.
Ook eten en drinken kunnen problemen opleveren. Het kauwen wordt minder krachtig en de patiënt verslikt zich vaker, vooral bij drinken. Ook overtollig speeksel wordt niet automatisch weggeslikt. Samen met een verminderde mondsluiting kan hierdoor speekselverlies optreden. Voor meer informatie kunt u terecht op www.parkinson-vereniging.nl.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt welke beperkingen er zijn op het gebied van de adem, stem, articulatie (uitspraak), eten en drinken. De resultaten van het onderzoek worden besproken met de patiënt en eventuele familie.
In overleg met de patiënt wordt een behandelplan opgesteld. Doel van de behandeling is meestal het verbeteren van de communicatie en de verstaanbaarheid. Hiertoe worden de adem, de stemgeving, de articulatie en het tempo geoefend. Er worden adviezen gegeven om het eten en drinken te vergemakkelijken.
Wanneer nodig wordt advies gegeven aan de patiënt, zijn familie of verzorgers om zo goed mogelijk om te gaan met de communicatieproblemen.
Wanneer verbetering met trainen moeilijk is, kan de logopedist adviseren en begeleiden bij de keuze van hulpmiddelen zoals aangepast bestek of drinkgerei en ondersteunende communicatiemiddelen.
Het onderzoek en de behandeling bij de ziekte van Parkinson worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
Slissen en Lispelen
Wat is slissen of lispelen?
Bij slissen of lispelen wordt de /s/ verkeerd uitgesproken. Door te slappe tongspieren of te weinig beheersing van de tongmotoriek klinkt de /s/ onzuiver. In ernstige gevallen wordt het spreken hierdoor slecht verstaanbaar en soms als zeer storend ervaren. Sociaal gezien kan zijn foutieve /s/ tot gevolg hebben dat een kind er in de klas mee geplaagd wordt. Volwassenen kunnen problemen verwachten als ze spreekberoep kiezen.
Slissen kan op verschillende manieren veroorzaakt worden. De tong wordt bijvoorbeeld naar voren tussen de tanden gedrukt waardoor een onzuivere /s/ wordt gehoord. Soms wordt ook bij andere klanken de tong naar voren geduwd, zoals de /t/ of /d/.
De tong kan zijwaarts breed tussen de zijkanten of kiezen worden geschoven. Ook dan ontstaat een onzuivere /s/-klank. Kinderen of volwassenen met een open beet, bij wie er te veel ruimte is tussen de onder- en boventanden, zullen hun tong vaak tussen de opening van de tanden duwen, waardoor een foutieve /s/ wordt gehoord. Als de /s/ verkeerd wordt uitgesproken, zijn andere klanken, zoals de /z/, /sj/ en /zh/, vaak ook fout.
Slissen en lispelen gaan vaak samen met afwijkende mondgewoonten. Door het slissen of lispelen kan de stand van het gebit beïnvloed worden. De tong duwt, als de voorwaartse of zijwaartse bewegingen de tanden uit elkaar waardoor bijvoorbeeld een open beet ontstaat. Gebitscorrectie heeft in zo’n geval alleen effect als ook het slissen en de eventuele afwijkende mondgewoonten worden afgeleerd.
Slissen of lispelen ontstaat meestal tijdens de spraakontwikkeling, maar kan op alle leeftijden voorkomen.
Wat doet de logopedist?
De logopedist gaat na wat de oorzaak van het slissen is. Het onderscheid tussen een goede en een foute /s/ wordt aangeleerd: hierbij worden het luisteren, kijken en voelen ingeschakeld. Met mondmotorische oefeningen worden de spieren in de mond versterkt en men leert de tong op de juiste wijze te gebruiken.
Eerst wordt de juiste /s/ geoefend, daarna volgt de /s/ in lettergrepen, woorden en zinnen. Tenslotte moet de goede uitspraak gebruikt worden in het gewone spreken.
Het resultaat van de behandeling hangt af van de oorzaak van het slissen, en van factoren als leeftijd, motivatie en inzet.
Het onderzoek en de behandeling van slissen en lispelen worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
Stotteren
Wat is stotteren?
Stotteren is een spraakstoornis waarbij het vloeiende verloop van de spraakbeweging gestoord is. Klanken of lettergrepen worden herhaald of verlengd. Soms worden ze er met veel spanning uit geperst. Daarnaast kunnen bij het stotteren begeleidende symptomen voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn meebewegingen in het gezicht en van lichaamsdelen, verstoring van de adem, transpireren en spanning.
Naast deze zichtbare en hoorbare symptomen zijn er ook verborgen symptomen. Vermijden van situaties, bepaalde woorden of klanken ontwijken, gebrek aan zelfvertrouwen en angst om te spreken zijn hier voorbeelden van.
Stotteren kan de communicatie ernstig verstoren. Over de oorzaak van stotteren zijn in de loop der tijd verschillende theorieën beschreven. Vroeger dacht men dat stotteren vooral aangeleerd gedrag was. Tegenwoordig wordt stotteren gezien als een aanleg tot ontregeling van de spraakmotorische processen. Dit zijn ademhaling, stemgeving en articulatie. Emoties en gedachten rond het spreken, alsook omgevingsfactoren zijn hierop van invloed.
Stotteren begint meestal bij kinderen tussen de twee en zeven jaar, maar het kan zich ook op latere leeftijd ontwikkelen, bijvoorbeeld tijdens de puberteit.
Bij een grote groep kinderen gaat stotteren vanzelf over, maar bij sommige kinderen is behandeling door een logopedist of stottertherapeut nodig. Het is dan belangrijk om snel met therapie te beginnen. Dit verhoogt de kans op herstel.
Met de screeningslijst voor stotteren (SLS) kan worden onderzocht of verwijzing naar een logopedist geïndiceerd is. Voor meer informatie over stotteren en voor het online invullen van deze screeningslijst kunt u terecht op www.stotteren.nl.
Wat doet de logopedist?
De logopedist zal een onderzoek doen naar het stotteren. Zijn er problemen op het gebied van de spraakmotoriek, zijn er emotionele factoren, omgevingsfactoren of combinaties daarvan? Nagegaan wordt hoe het stotteren zich heeft ontwikkeld en in welke fase het stotteren is.
Bij het samenstellen van het behandelprogramma zal er rekening mee gehouden worden in welke fase het stotteren zich ontwikkeld heeft.
Bij kinderen worden de ouders/verzorgers en vaak ook het gezin altijd bij de behandeling betrokken. Soms bestaat de behandeling uit indirecte therapie, waarbij de omgeving van het kind voorlichting en adviezen krijgt. Het kind kan ook zelf direct behandeld worden, maar meestal is de medewerking van zijn omgeving noodzakelijk.
Bij ouderen bij wie het stotteren al verder ontwikkeld heeft zal de behandeling zich richten op de factoren die van invloed zijn op het totale stotterprobleem: emoties, gedachten en omgeving. Wanneer deze een geringere invloed hebben, wordt het accent van de behandeling meer verschoven naar vloeiendheidstraining. Hierbij kan gedacht worden aan vertraging van het spreektempo, het aanleren van spraaktechnische vaardigheden, waarbij gebruik gemaakt wordt van ademoefeningen en ontspanningsoefeningen.
Het onderzoek en de behandeling van stotteren worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
Zo nodig wordt doorverwezen naar het StotterinterventieCentrum Alkmaar.
Broddelen
Wat is broddelen?
Broddelen is een stoornis in het spreken, die zich uit als een niet-vloeiende of aritmische, moeilijk verstaanbare spraak. Opvallend zijn een slappe uitspraak en een hoog spreektempo, het inschuiven van woorden (bijvoorbeeld “tevísie” in plaats van “televisie”), stopwoordjes, snelle woordherhalingen en klankherhalingen, en moeilijkheden met het formuleren van gedachten, ook schriftelijk.
Broddelen kan samen gaan met hyperactiviteit en een slechte concentratie, dit hoeft echter niet. De luisteraar zal de persoon die broddelt vaak slecht verstaan en reageren met: “Wat zeg je?”. De spreker merkt wel dat er iets mis is met zijn spreken, maar hij weet niet precies wat. Broddelen is als een stoornis in de communicatie te beschrijven.
Doordat er bij broddelen herhalingen van woorden en klanken zijn, lijkt het soms op stotteren. Een duidelijk verschil met stotteren is dat de broddelaar niet opmerkt dat zijn spreken herhalingen en onduidelijkheden vertoont, en de stotteraar meestal wel.
De oorzaak van broddelen is terug te voeren op een onvoldoende rijping van het centraal zenuwstelsel. De spraak- en taalontwikkeling verloopt daardoor niet evenwichtig. De volle omvang van het probleem wordt pas duidelijk rond de zevenjarige leeftijd, als de periode van de spraak- en taalontwikkeling voltooid is.
Op latere leeftijd kan broddelen het articulatiepatroon nadelig beïnvloeden, wanneer hogere eisen aan de spreekvaardigheid gesteld worden.
Wat doet de logopedist?
Bij kinderen kan de logopedische behandeling in overleg en in samenwerking met bijvoorbeeld een remedial teacher geboden worden. Dit zal vooral gebeuren bij zogenaamde “slokdonderen”: kinderen bij wie een vertraagde spraakontwikkeling wordt geconstateerd, of bij wie broddelen in de familie voorkomt. Ook kinderen met lees- en spellingproblemen kunnen hierbij horen.
Bij (jong)volwassenen richt de behandeling zich vooral op bewustwording van de eigen spraak, uitspraaktraining, training in correct formuleren en ritme- en intonatietraining.
Het resultaat van de behandeling hangt, naast de ernst van het broddelen, af van doorzettingsvermogen, concentratievermogen en motivatie.
Het onderzoek en de behandeling van broddelen worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits verwezen door huisarts of medisch specialist.
Verbale ontwikkelingsdyspraxie
Wat is verbale ontwikkelingsdyspraxie?
Bij sommige kinderen komt het niet of moeizaam op gang komen van het leren praten voor. Eén van de oorzaken van het niet of verkeerd spreken kan een verbale ontwikkelingsdyspraxie zijn. Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken.
Door deze stoornis zijn de klanken die het kind maakt soms onherkenbaar of ze komen in het woord op de verkeerde plaats terecht. Het komt voor dat het kind de klank wel in het ene woord kan maken en niet in het andere. Het kan zelfs zo zijn dat een klank of woord niet uitgesproken kan worden, terwijl het op een ander moment weer wel lukt.
Ook andere activiteiten van de mond kunnen problemen geven zoals eten, drinken, blazen en zuigen.
Het niet of slecht spreken leidt tot problemen in de communicatie: het kind kan niet duidelijk maken wat het wil en wordt niet begrepen door zijn omgeving. Kinderen met deze problemen hebben deskundige hulp nodig, want het gaat om een stoornis die zich niet vanzelf herstelt.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de spraak en de mondmotoriek van het kind, observeert het eten en drinken en stelt een diagnose. Indien noodzakelijk door een medisch specialist kan nodig zijn.
Logopedische therapie is gericht op het aansturen van de spraakbewegingen. Er wordt geoefend om bewegingen van de tong, lippen, kaken en het gehemelte nauwkeurig te maken. Op een speelse manier worden spraakklanken apart geoefend, gekoppeld aan symbolen en/of gebaren. De oefeningen worden steeds moeilijker: eerst dezelfde klank, daarna klankreeksen, dan afwisselend twee andere klanken, dan meer dan twee klanken afwisselen enzovoorts.
Het kind wordt hierdoor vaardiger in het sturen van de bewegingen van de mond. Dit lukt niet met een paar keer oefenen, maar vereist een gestructureerde en consequente training, ook thuis.
De duur en resultaten van de logopedische therapie zijn afhankelijk van de ernst van de uitspraakproblemen en van het tijdstip waarop de therapie begonnen is. De therapie kan al op zeer jonge leeftijd (twee à drie jaar) starten.
Het onderzoek en de behandeling van een verbale ontwikkelingsdyspraxie worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.
Vertraagde Spraakontwikkeling
Wat is een vertraagde spraakontwikkeling?
Men spreekt van een vertraagde spraakontwikkeling als de spraak van het kind duidelijk achterblijft bij die van leeftijdgenootjes. Jonge kinderen spreken de woorden meestal al onvolledig uit. Bijvoorbeeld “toe” voor “stoel” of “ba” voor “bal”.
Sommige kinderen blijven langer dan normaal uitspraakfouten maken. Dit kan de verstaanbaarheid zodanig beïnvloeden dat het kind zich soms niet duidelijk kan maken. Een kind van vijf jaar kan de meeste klanken goed uitspreken.
Een vertraagde spraakontwikkeling gaat vaak samen met een vertraagde taalontwikkeling, maar dit is zeker niet altijd zo. Soms is de oorzaak van de slechte verstaanbaarheid een verbale ontwikkelingsdyspraxie.
Een vertraagde spraakontwikkeling kan op verschillende manieren veroorzaakt worden. Er zijn bijvoorbeeld afwijkingen in tong, lippen en/of gehemelte. Neurologische letsels, een verminderd gehoor of een verstandelijke handicap kunnen de spraakontwikkeling belemmeren. Het gebeurt vaak dat er geen duidelijke oorzaak gevonden wordt voor de vertraagde spraakontwikkeling.
Gewoonlijk zijn het de ouders of verzorgers die zich op een bepaald moment ongerust maken over het spreken van hun kind; advies van een logopedist is dan zeker op zijn plaats. Als het kind zich gaat terugtrekken omdat het niet begrepen wordt, moet eveneens deskundige hulp ingeroepen worden.
Wat doet de logopedist?
De logopedist zal nagaan welke stoornissen het spreken van het kind beïnvloeden. Soms is daarbij onderzoek door een kinderarts of KNO-arts nodig.
De logopedische behandeling kan indirect of direct zijn. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind bij het spreken kunnen stimuleren.
Bij directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist heeft verschillende methodes ter beschikking waarbij op een speelse manier met het kind wordt geoefend. Er worden luisteroefeningen gedaan waarbij het kind leert minimale verschillen tussen woorden te onderscheiden. Het correct uitspreken van woorden en klankcombinaties wordt eveneens geoefend. Soms krijgt het kind een cassettebandje mee voor het oefenen thuis.
Een vertraagde spraakontwikkeling kan goed behandeld worden; het resultaat hangt onder andere af van de oorzaak.
Het onderzoek en de behandeling van een vertraagde spraakontwikkeling worden als regel vergoed door de zorgverzekeraar, mits wordt verwezen door huisarts of medisch specialist.